Theo Meister

Interview

Theo Meister, nabestaande van ALS-patiënt Thea Meister

“Vecht niet tegen de ziekte, maar voor het leven”

Het is 2003 als een arts voor het eerst ALS noemt. Het zegt Thea Meister – de Ruiter en haar man Theo op dat moment weinig. Er is zelfs enige opluchting: het is geen tumor of TIA. Theo Meister (71): “Na afloop hebben we op een terras nog een glaasje wijn gedronken. ‘Als dit het is mogen we niet mopperen’, dachten we.” Niet veel later werd duidelijk wat hen boven het hoofd hing. In 2015 verloor Theo zijn vrouw op 65-jarige leeftijd aan ALS.

Een bijzondere vrouw
Theo: “Thea was een bijzondere vrouw. Ze was een sociaal iemand. Ze was actief in veel clubjes en probeerde zoveel mogelijk verschillende mensen tegen te komen. Dat was haar kracht.” De eerste 15 jaar van hun leven verliep, zoals Theo het omschrijft, ‘heel crescendo’. Tot Thea begon te slissen bij het praten en ’s ochtends met dubbele tong leek te spreken. Thea maakte een afspraak bij de huisarts. Theo: “Het was de eerste kennismaking in 12 jaar, ze had nooit wat. De huisarts wist dan ook: als Thea komt dan is er iets. Ze werd meteen doorverwezen naar de neuroloog.”

‘Dat hebben ze verkeerd’
Diverse onderzoeken volgden en een arts sprak over ALS. “Het kwartje viel niet”, vertelt Theo. Tot tijdens een second opinion de diagnose ALS definitief gesteld werd. De levensverwachting was 18 maanden. Theo: “De wereld staat compleet op z’n kop. En die 18 maanden? We dachten meteen: dat hebben ze verkeerd.” Thea, communicatief als ze was, verloor vanaf 2005 haar spraak. “Dat vonden we het meest bizarre aan deze ziekte; dat de dingen die karakteristiek voor je zijn je als eerste worden afgenomen”, zegt Theo.

Kiezen voor positiviteit
Theo en Thea herpakten zich vrij snel. ‘Hier gaan we uitkomen’ was de leidraad. En die 18 maanden werden uiteindelijk 12 jaar. Dat Thea een bijzondere vrouw was werd tijdens de ziekte alleen maar duidelijker. Theo: “Thea kon snel de switch maken en kijken naar de dingen die wel konden. We kozen voor positiviteit. We zeiden: we vechten niet tegen de ziekte, maar voor het leven. Thea was geen patiënt. Ze was een mens met een aantal beperkingen. Dat gaf mij de kracht om door te gaan.”

Eén dag in de week ziek
“Ik kan alle sombere dingen aan elkaar praten, maar wij hadden beiden de drang om in het NU te leven”, benadrukt Theo. Beiden vonden ze het belangrijk dat niet de hele week werd opgeslokt door de ziekte. Theo: “We hadden de stelling: één dag per week ziek. Afspraken in het ziekenhuis en therapieën deden we alleen op maandag. Zo bleef de week verder ‘ziektevrij’.”

Theo zet zich vandaag de dag in voor patiëntenvereniging ALS Patients Connected. Theo: “Ik heb 12 jaar gevochten voor het leven met Thea en nu vecht ik tegen de ziekte.”

Interview: Brenda van Veen | Très Content Tekstbureau. Foto: eigen archief.

Terug naar de overzichtspagina met interviews met nabestaanden?

Interviews nabestaanden

Terug naar de overzichtspagina met alle interviews? Klik hier