Speekselverlies: bestralen of botox?

Juni 2012

Een groot gedeelte van de patiënten met ALS krijgt te maken met speekselverlies. Dit komt doordat het doorslikken van speeksel zo slecht gaat, dat het speeksel zich gaat ophopen in de mond. Hierdoor kan het speeksel uit de mond gaan lopen en het risico op verslikken in speeksel toenemen. Patiënten met ALS krijgen dus niet méér speeksel, maar kunnen het niet meer goed wegslikken. Dit is een heel vervelend symptoom van de ziekte en bovendien heel lastig te behandelen. De oorzaak – de slikstoornis- is niet weg te nemen, het verminderen van de  speekselproductie wel (symptoombestrijding).

De speekselproductie kan verminderd worden door het gebruik van medicijnen (anticholinergica). Hierbij wordt gebruikt gemaakt van de bijwerking: een droge mond. Bij veel patiënten werkt dit echter onvoldoende. Onlangs hebben onderzoekers van het AMC te Amsterdam in het Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde* een onderzoek gepresenteerd waarin de behandeling van speekselverlies door middel van bestraling wordt beschreven.

Bestralen

In een periode van dertien jaar tijd zijn 43 ALS-patiënten bestraald. Vijfentwintig procent van de behandelde patiënten was na 1 of 2 behandelingen volledig tevreden met het resultaat. Vijftig procent ervoer een vermindering van het speekselverlies na 1 of 2 behandelingen en bij 10 patiënten (ook 25%) had de behandeling geen enkel effect. De duur van het effect was gemiddeld 11,9 maanden. Er werden in de periode na de behandeling bijwerkingen gemeld waarbij een droge mond en taai slijm het meest opvallend waren. Deze klachten bleken echter van voorbijgaande aard.

Botox

Een andere behandeling is het injecteren van de speekselklieren met botuline toxine (‘botox’). Naar beide behandelingen zijn internationaal meerdere studies gedaan. Uit deze studies volgt geen duidelijke voorkeur voor de ene of andere behandeling.

In het UMC St Radboud in Nijmegen is een studie om bovenstaande behandelmethoden met elkaar te vergelijken inmiddels afgerond. Het was moeilijk om voldoende patiënten te verzamelen die deel konden nemen aan het onderzoek. Het is nog te vroeg om harde uitspraken te doen over de resultaten, maar wat wel duidelijk blijkt is dat de beleving van het effect heel persoonlijk is en niet altijd overeenkomt met feitelijke metingen. Het is belangrijk per persoon te bekijken of een behandeling (bestraling of injecties met botuline toxine) geschikt is en te bepalen welk doel iemand wil bereiken. Helemaal klachtenvrij is nagenoeg niet haalbaar, maar minder last wel.

*Radiotherpie voor spekselvloed bij amyotrofische lateraal sclerose en de ziekte van Parkinson. Gerelateerd artikel: Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A4407