Wat doet een student geneeskunde aan de Columbia University?

Februari 2013 

Als onderdeel van elke studie geneeskunde in Nederland wordt er van je verwacht gedurende een periode van 16 weken deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek, op welk geneeskundig gebied dan ook. Via professor Leonard van den Berg ben ik in contact gekomen met Serge Przedborski, hoofd van het laboratorium, dat gespecialiseerd is in de ziekte van Parkinson en ALS aan de Columbia University in New York. Omdat neurologie tot nu toe mijn grootste interesse heeft getrokken, is het voor mij een fantastische kans hier onderzoek te doen. Van september 2012 tot en met februari 2013 help ik mee aan de onderzoeken die in dit laboratorium lopen omtrent ALS. Doel: zoveel mogelijk onderzoekservaring opdoen en een breed inzicht krijgen in de ziekte en haar huidige stand van zaken.


Martijn Koolen, student geneeskunde Universiteit van Amsterdam

Over de oorzaak van ALS is op dit moment weinig bekend. Er wordt grofweg onderscheid gemaakt tussen familiaire ALS (10%); een erfelijke variant, en sporadische ALS (90%); een niet-erfelijke variant. Mutaties in verschillende genen worden op dit moment gelinkt aan ALS. Het gen dat internationaal het meest geïdentificeerd wordt bij mensen met ALS is het SOD1 gen. Alsnog komt het SOD1 gen maar bij ongeveer 20% van de familiaire ALS-gevallen voor. Het onderzoek waar ik aan deelneem, is onder anderen gericht op een nieuw medicijn voor mensen met ALS met mutaties in dit gen.

Inspuiten

Op dit moment wordt er gewerkt aan een medicijn dat een zeer gunstig effect heeft op de gemuteerde SOD1 cellen. Helaas werkt dit tot nu toe alleen maar als deze gemuteerde cellen in een reageerbuis blootgesteld worden aan dit medicijn. Wanneer het medicijn ingebracht wordt bij muizen, blijkt het lastiger te zijn een werkzaam effect te krijgen. Dit kan aan veel verschillende factoren liggen, die wij nu proberen vast te stellen. Op dit moment zijn wij bijvoorbeeld bezig het medicijn rechtstreeks in de hersenen te spuiten, zodat het niet meteen aangevallen wordt door ons immuunsysteem. Verder proberen we het medicijn gehecht aan een inactief virus toe te dienen bij muizen. Dit zijn echter methoden die technisch moeilijk uit te voeren en erg duur zijn. Ook worden hersenoperaties vanwege het grote risico op complicaties, in het algemeen zo veel mogelijk vermeden. Mijn rol hierin is het helpen bij het voorbereiden van de virussen en het analyseren van de resultaten.

Hersenweefsel

Een tweede onderzoek waar ik aan meehelp is het vergelijken van gezond hersenweefsel met hersenweefsel van mensen met ALS. Zoals eerder vermeld, worden op dit moment mutaties in meerdere genen gelinkt aan het zich ontwikkelen van ALS. Dit is echter een ingewikkelde genenpuzzel, bestaande uit zeer veel puzzelstukjes. Sommigen van deze genen kunnen onderdrukt worden, ook bijvoorbeeld door een inactief virus in te spuiten. Dit virus kan dan sommige genen of eiwitten die bij ALS-patiënten overmatig actief zijn ‘uitzetten’.

Hierna wordt het zieke hersenweefsel met het weefsel van gezonde hersenen vergeleken. Mijn rol hierin is het aantonen van verschillende eiwitten van het zieke hersenweefsel. Deze eiwitten kunnen bijvoorbeeld een bijdrage hebben in het ontstaan of het verloop van de ziekte. Uiteindelijk wordt er gekeken of er een verschil is tussen de aanwezigheid van deze eiwitten in het zieke en het gezonde weefsel. Hierdoor kan een beter inzicht verkregen worden in de ontstaansmechanismen van ALS.

* Leonard van den Berg is hoofd van de ALS-onderzoeksgroep aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht en oprichter van het ALS Centrum Nederland.