Oscar Wagner

001898-00 ALS Oscar Abri 1185x1750 20 opgezet [donateur] v4-page-001Oscar Wagner is geboren in Schagen op 26 juni 1975. Zijn vader is elektrotechnisch tekenaar en zijn moeder huisvrouw. In zijn vroege jeugd sport hij, maar tijdens de middelbare school wordt muziek de rode draad in zijn leven. Oscar krijgt van huis uit een breed muziekpalet mee; zijn vader luistert naar licht klassiek en zijn moeder naar pop en soul.

Zelf kiest hij voor elektronische muziek: ‘In 1992 raak ik geïnfecteerd met het House virus.’ Terwijl hij de MAVO doorloopt leert hij draaien met vinyl. Hij staat steeds vaker op feesten in Schagen en begint zelf ook feesten te organiseren. Via hardcore komt hij bij extremere stijlen zoals Terror terecht, maar draait sinds een paar jaar ook juist de rustigere varianten als Tech en Deep House. Met optreden gaat hij door tot zijn ziekte zijn linkerhand overneemt.

Muziek blijft een hobby. Oscar beschrijft zijn carrière als ‘twaalf ambachten, dertien ongelukken’. Hij is van stukadoor tot bakker en van timmerman tot systeembeheerder geweest. Rond zijn dertigste volgt hij een zelfstudie tot MSCE en Oscars laatste baan is monteur voor KPN, Hi en Telfort.

Op de werkvloer ontmoet hij Michelle. Eerst is ze een vriendin en uiteindelijk zijn partner. Snel daarna begint Oscar klachten te krijgen. In februari 2013 gaat hij naar de huisarts omdat praten lastig wordt en zijn tong dik voelt. De arts verwijst Oscar zonder uitkomst door naar een tandarts. Als de klachten in juni nog niet weg zijn stuurt Michelle haar vriend nog een keer naar de huisarts. Deze keer werpt de arts één blik op Oscar en schakelt meteen een neuroloog in.

Er volgen een aantal tests en in de tussentijd gaat Oscar zelf op onderzoek uit. ‘Ik deed het domste dat je kunt doen: googelen.’ Als hij uiteindelijk de diagnose ALS krijgt, weet Oscar al dat het foute boel is. Werken kan meteen niet meer en met draaien is hij ook gestopt. Hij wil niet onderdoen voor het niveau waar hij de afgelopen twintig jaar aan werkte. Wel komt er als zijn gezondheid het toelaat nog een laatste optreden tijdens een festival. Het afscheid van de draaitafels.

Oscar wil heel open omgaan met de gevolgen van zijn ziekte. Ook met zijn vriendin praat hij over de toekomst. Na zijn diagnose geeft hij haar zelfs de kans om weg te gaan; hij zou er alle begrip voor hebben gehad als ze niet zou blijven. Maar hij vindt wel dat als ze met hem doorgaat, ze ook door moet gaan tot het einde. Michelle besluit te blijven en samen doen ze er alles aan om te genieten. ‘Zolang het nog kan, gewoon stronteigenwijs doorgaan.’

Nadat hij contact opneemt met Stichting ALS, wordt Oscar benaderd om mee te doen aan de nieuwe ALS-campagne. Hij twijfelt geen seconde: ‘Ik voelde me vereerd’. En zijn omgeving zal het er volgens hem minder moeilijk mee hebben omdat hij zo open en spottend met de ziekte omgaat. ‘In de supermarkt leg ik gewoon uit dat ik nog niet gezopen heb, maar een beetje moeilijk praat door mijn ALS.’ De opnames waren wel moeilijk. Als hij hoort hoe makkelijk de andere patiënten nog kunnen praten, besluit Oscar alleen foto’s te laten nemen. ‘Ik wil herinnerd worden als de slappe ouwehoer die ik altijd was.’

Oscar laat zich er niet onder krijgen door de beperkingen. Alles wat hij nog wel kan doen ziet hij als mooi meegenomen, en alles wat moeilijker gaat ligt in de lijn der verwachtingen. Zo positief blijven wordt makkelijker gemaakt door zijn omgeving, die altijd voor hem klaarstaat. Oscar heeft een hechte groep vrienden. Zij benaderen hem als de man die hij is, niet de patiënt die hij is geworden.

Op de lange termijn wil Oscar nog een reis naar Amerika maken. Hij heeft vrienden in Portland en wil die bezoeken, ook al zijn er moeilijkheden met het visum en natuurlijk zijn fysiek. ‘Het kan niet meer, maar we gaan gewoon. Ik heb op mijn borst ‘Never Surrender’ staan, want opgeven is nooit een optie geweest, nooit.’ En Oscar zal dan ook na zijn dood aan de rest van Nederland vragen om niet op te geven, maar door te gaan met zijn strijd.