Wet maatschappelijke ondersteuning

Met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wil de Nederlandse overheid mensen zo lang mogelijk zelfstandig laten wonen en laten meedoen in de samenleving. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo, maar de invulling kan per gemeente verschillen. In de wet is namelijk niet vastgelegd welke soort voorziening ze moeten verstrekken, hierin staat alleen dat zij verplicht zijn om ondersteuning te bieden.

Dit is niet het geval wanneer het gaat om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen die naar hun aard gebruikelijk zijn (een gewone fiets, schoonmaakmiddelen, een wandelstok, eenvoudige rollator). Wanneer iemand beschikt over algemeen gebruikelijke zaken, maar deze in verband met zijn beperking of problemen niet meer afdoende zijn, kan de aanleiding bestaan om een voorziening te treffen.

Dit is anders als de aanvrager zijn hulpvraag redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en met een beslissing had kunnen voorkomen. Bijvoorbeeld indien iemand is aangewezen op een rolstoel en een huis koopt waarin veel dure aanpassingen moeten worden aangebracht omdat het niet rolstoeltoegankelijk is, dan had het in de rede gelegen dat de aanvrager een al (deels) aangepast huis koopt.

De gemeente kan, indien zij de noodzaak vaststellen, een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening aanbieden. In een onderzoek (meestal een gesprek) stelt de gemeente in overleg met de aanvrager vast wat benodigd is. Voor sommige voorzieningen geldt een eigen bijdrage. Deze bijdrage is afhankelijk van je inkomen, je leeftijd en je vermogen. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) int de eigen bijdrage.

Voor welke zorg kun je terecht bij de gemeente?

Maatwerkvoorzieningen:

  • Aanpassingen aan de woning, zoals een traplift, tillift, douchestoel en een zorgunit (sommige gemeenten geven geen vergoeding voor een aanpassing, maar wel een vergoeding om te verhuizen, bijvoorbeeld wanneer een aanpassing erg duur is.). Sommige aanpassingen vallen binnen de Zorgverzekeringswet, bijv. hulpmiddelen of aanpassingen zoals technische hulpmiddelen om lichten, ramen en deuren te bedienen;
  • Vervoersmiddel zoals een scootmobiel, rolstoel en een elektrische rolstoel. Deze hulpmiddelen zijn niet algemeen bruikbaar, en voor een langere tijd nodig;
  • Huishoudelijke hulp (zoals hulp bij het opruimen en schoonmaken);
  • Vervoersvoorziening; vervoer in de regio (voor mensen die slecht ter been zijn en niet met het openbaar vervoer kunnen reizen);
  • Individuele begeleiding;
  • Een beschermde woonplek;
  • Dagbesteding op maat;
  • Respijtzorg; ondersteuning van mantelzorgers;
  • Maatschappelijke opvang, dagopvang.

Algemene voorziening

Soms ben je geholpen met een zogenaamde ‘algemene voorziening’. Algemene voorzieningen zijn bijvoorbeeld de verbetering van de toegankelijkheid van gebouwen en voorzieningen, het lokale vervoer en de toegankelijkheid van informatie. Andere, iets specifiekere, algemene voorzieningen zijn bijvoorbeeld een klussendienst, een was- en strijkservice, een maaltijdvoorziening, sociaal vervoer, informele buurtzorg, sociaal-culturele voorzieningen.

De gemeente mag een bijdrage vragen voor het gebruik van deze algemene voorziening.

Persoonsgebonden budget of Zorg in natura

In overleg met de gemeente wordt bekeken welke hulp en hoeveel hulp men nodig heeft. Daarna wordt bekeken wat het meest passend is: een Persoonsgebonden budget (Pgb) of Zorg in natura (ZIN). Soms is de zelf-ingekochte zorg duurder dan de zorg die wordt geleverd via ZIN. Een Pgb mag de gemeente dan niet zomaar weigeren. Wel mag besloten worden dat slechts een bedrag beschikbaar wordt gesteld ter hoogte van de kosten van ZIN. De rest moet men dan zelf bijbetalen. De gemeente heeft een cliëntondersteuner beschikbaar die belanghebbenden kan voorzien van informatie en advies wanneer er vragen zijn over het Pgb.

Voor meer informatie over zorg en ondersteuning thuis kun je de website van de Rijksoverheid bekijken.