Introductie
Amyotrofische laterale sclerose (ALS) is een ernstige en ongeneeslijke ziekte van de zenuwcellen die onze spieren aansturen. Doordat deze motorneuronen langzaam afsterven, worden de spieren steeds zwakker. Dit leidt uiteindelijk tot verlamming en problemen met ademhalen. Hoewel er veel onderzoek wordt gedaan en er steeds meer bekend is over de erfelijke en biologische oorzaken van ALS, bestaat er nog geen behandeling die het ziekteverloop kan vertragen of stoppen. Bovendien verschilt het verloop van de ziekte sterk per patiënt, waardoor het moeilijk is om een vroege diagnose te stellen of het ziekteproces goed te voorspellen.

Daarom is er veel behoefte aan betrouwbare biomarkers. Dat zijn meetbare signalen in het lichaam die informatie geven over het ontstaan en de voortgang van een ziekte. Biomarkers kunnen helpen bij het stellen van een vroege diagnose, het volgen van de ziekte en het beter plannen van behandelingen.

Een veelbelovende bron voor zulke biomarkers zijn extracellulaire blaasjes (EV’s). Dit zijn piepkleine deeltjes die door alle cellen in ons lichaam worden afgegeven aan lichaamsvloeistoffen zoals bloed, speeksel en hersenvocht. Ze bevatten belangrijke biologische moleculen, waaronder microRNA’s (miRNA’s), eiwitten en andere moleculen die belangrijk zijn voor hoe cellen functioneren. MiRNAs zijn kleine stukjes genetisch materiaal die genen aan- of uitzetten Omdat EV’s de “moleculaire vingerafdruk” van hun oorspronkelijke cel meedragen, vertellen ze ons iets over wat er binnenin die cel gebeurt. Bovendien zijn EV’s stabiel en kunnen ze zelfs de bloed-hersenbarrière passeren, de beschermende laag tussen bloed en hersenen. Dat maakt ze bijzonder interessant voor ziekten van het zenuwstelsel, zoals ALS.

Uit eerder onderzoek blijkt dat de samenstelling van miRNA’s in EV’s anders is bij mensen met ALS dan bij gezonde mensen. Dit zou een aanwijzing kunnen zijn voor de aanwezigheid en ontwikkeling van de ziekte. Daarom wordt in dit project onderzocht of EV-afgeleide miRNA’s uit bloedplasma gebruikt kunnen worden als biomarker voor ALS. Bloedafname is relatief eenvoudig en kan vaker worden herhaald, wat belangrijk is om de ziekte over langere tijd te volgen.

Samenwerkingen
In dit project wordt samengewerkt met het ALS Centrum Nederland. Hierdoor is er toegang tot een grote groep zorgvuldig gedocumenteerde plasmamonsters van ALS-patiënten via de biobank van het ALS Centrum. De onderzoekers gebruiken gestandaardiseerde en betrouwbare technieken om EV’s te isoleren en de miRNA’s daarin te analyseren. Daarnaast worden miRNA- en eiwitmetingen uit hetzelfde bloedmonster gecombineerd, wat de kans vergroot dat een sterk biomarker-profiel gevonden wordt.

Een ander belangrijk onderdeel van dit project is de samenwerking met de ALS Tissue Bank – NL. Dankzij dit initiatief wordt ook weefsel van overleden ALS-patiënten onderzocht. Op die manier kan er na gegaan worden waar de gevonden miRNA’s precies vandaan komen en welke rol ze spelen in het ziekteproces. Dat geeft ons een dieper begrip van de moleculaire veranderingen bij ALS.

Doel van het project
Het uiteindelijke doel van dit onderzoek is het ontwikkelen van nieuwe, betrouwbare bloedtesten die artsen helpen bij een vroege diagnose en het volgen van het ziekteverloop. Dit kan leiden tot betere zorg en behandeling voor patiënten. Bovendien zijn goede biomarkers onmisbaar om toekomstige therapieën op het juiste moment te kunnen inzetten, namelijk in de fase waarin ze het meeste effect hebben.

Verwachte resultaten
Met dit onderzoek hopen de onderzoekers een belangrijke stap te zetten richting betere diagnostiek, meer inzicht in de ziekte en uiteindelijk ook effectievere behandelingen voor ALS.

Aanvrager project: Amsterdam UMC / University of Amsterdam