Doorbraken dankzij internationale samenwerking

September 2018

ALS lijkt niet één ziekte te zijn, maar een verzameling van verschillende progressieve aandoeningen aan spieren en zenuwen. Wat ze gemeen hebben, is vrijwel hetzelfde ziektebeeld. Volgens Leonard van den Berg, coördinator en oprichter van het ALS Centrum Nederland in Utrecht, is het daarom noodzakelijk voor iedere subgroep een specifieke behandeling te ontwikkelen.  


Prof. Leonard van den Berg, coördinator ALS Centrum

Samen met onderzoekers uit de hele wereld probeert Leonard van den Berg, hoogleraar experimentele neurologie, ALS te doorgronden. ‘We bundelen onze krachten, waardoor we veel sneller tot nieuwe inzichten komen. Dit moet uiteindelijk leiden tot effectieve behandelingen voor deze ziekte, waaraan patiënten nu nog binnen gemiddeld drie jaar na de diagnose overlijden.’ 

 Van den Berg bezocht in het Amerikaanse Cambridge Biogen. Dit biotechnologiebedrijf start binnenkort een klinische studie naar gentherapie voor patiënten met familiaire ALS. Ongeveer 10% van alle ALS-patiënten heeft deze vorm van de ziekte, die meestal gepaard gaat met een afwijking in het gen C9orf72. Dit gen is gemuteerd, waardoor het betreffende eiwit zich ophoopt en schade aanricht aan zenuwcellen. Biogen wil met gentherapie dat gen blokkeren, zodat het foute eiwit niet meer kan worden aangemaakt. Van den Berg denkt mee over hoe de wetenschappelijke studie het meest efficiënt kan worden opgezet. ‘We willen zo snel mogelijk kunnen aantonen of deze therapie wel of niet werkt. Ook Nederlandse patiënten zullen deelnemen aan deze studie. We hopen dit jaar te starten.’  

Topcentrum 

 Van den Berg is ook voorzitter van het European Network to Cure ALS (ENCALS). Bij dat netwerk zijn ruim vijftig Europese ALS-centra – sommige landen hebben meerdere centra – aangesloten. Het doel van de samenwerking is om gegevens van zoveel mogelijk ALS-patiënten te verzamelen en wetenschappelijke onderzoeken internationaal op te zetten. ‘ENCALS is opgestart vanuit Nederland. Ons land loopt voorop in ALS-onderzoek, ook dankzij de steun van de Stichting ALS Nederland en Amsterdam City Swim. Wij willen een topcentrum in de wereld en een aantrekkelijke samenwerkingspartner voor andere centra in de wereld zijn. Dat internationale karakter wordt ook gestimuleerd door onze universitaire medische centra en de overheid. De concentratie van zorg en onderzoek leidt ertoe dat we een belangrijke speler zijn in de internationale ALS-wereld.’ 

 Twintig genen 

 Het wetenschappelijk onderzoek gebeurt op verschillende fronten. Een daarvan is het opsporen van de genen die een rol spelen bij ALS. Het project MinE is een initiatief van de ondernemers en ALS-patiënten Robbert Jan Stuit en Bernard Muller en Stichting ALS Nederland. Via MinE wordt geprobeerd om wereldwijd van minstens 15.000 ALS-patiënten en 7500 controlepersonen het DNA te analyseren. Die analyses worden met elkaar vergeleken om de genetische oorzaak van ALS te vinden. In totaal werken nu meer dan twintig landen aan dit project. ‘Inmiddels heeft de speurtocht ongeveer twintig genen opgeleverd die een relatie hebben met ALS’, vertelt Van den Berg.‘Sommige genen dragen bij aan de ontwikkeling van deze ziekte, andere hebben een direct oorzakelijk verband. En niet bij iedere patiënt spelen dezelfde genen een rol bij de ziekte. Daarom is therapie op maat noodzakelijk om patiënten straks adequaat te kunnen behandelen.’ 

 Ook omgevingsfactoren spelen een rol bij het krijgen van ALS. Het ALS Centrum probeert deze factoren in kaart te brengen. Uniek in de wereld. Patiënten vullen formulieren in over hun leefstijl, zoals bewegen, roken en voeding, maar ook bijvoorbeeld over hun beroep en leefomgeving. Hieruit blijkt tot nu toe onder meer dat roken, blootstelling aan uitlaatgassen van dieselmotoren en het oplopen van meerdere hersenschuddingen de kans op het krijgen van ALS kunnen vergroten. Van den Berg: ‘Verder doen we basaal onderzoek aan cellen van patiënten. Vanuit huidcellen maken we stamcellen die we herprogrammeren tot motorische zenuwcellen. Met deze zenuwcellen van patiënten, kunnen we onderzoeken waarom het abnormale eiwit TDP43 zich daarin ophoopt.’  

 Bereidwillige patiënten 

Veel onderzoek dat het ALS Centrum verricht is patiëntgebonden. Bijvoorbeeld het afnemen van weefsel voor basale en genetische studies, maar ook voor het maken van MRI-scans van de hersenen. Patiënten moeten daarvoor regelmatig terugkomen. Van den Berg is blij dat patiënten bereid zijn om aan al die studies mee te werken. ‘Op hersenscans zien we dat de hersenschors steeds dunner wordt. Motorische zenuwcellen verdwijnen. Dat gebeurt bij iedereen volgens een ander patroon en in een verschillend tempo. De een krijgt eerst moeite met praten, een ander kan in een vroege fase niet meer lopen. Wij proberen verschillende patronen te herkennen in relatie met de gevonden genen. Met de scantechnieken die we ontwikkelen kunnen we ook met kleinere groepen patiënten resultaten boeken.’ 

Internationale wetenschappelijke samenwerking is essentieel voor een doorbraak. Daarom is het belangrijk dat wetenschappers allemaal op dezelfde manier hun onderzoek doen en over voldoende patiënten beschikken die daaraan willen deelnemen. Om die reden is ongeveer een jaar geleden TRICALS opgericht (Treatment Research Institute for the Cure of ALS). Patiënten registreren zich online registreren voor deelname aan medicijnonderzoek, zodat farmaceutische bedrijven hen kunnen oproepen voor nieuwe klinische trials. ‘We trainen alle onderzoekers in Europa om op dezelfde manier hun studies te doen, zodat we de uitkomstmaten met elkaar kunnen vergelijken. Ik hoop dat dit ertoe bijdraagt dat we straks echt iets kunnen betekenen voor onze patiënten. We hebben de afgelopen vijftien jaar al zoveel bereikt. Ik ben ervan overtuigd dat er echte doorbraken aankomen.’