Anje de Sonneville

Gedichten hebben voor veel mensen betekenis.

De tweede dichtbundel van ALS patiënte Anje Maria de Sonneville is feestelijk gepresenteerd in Ede. Televisiepresentator Leo Fijen (o.a. Kruispunt Televisie) bood het eerste exemplaar van ‘Voettocht bij Avondlicht’ aan. Een bijzonder avond met muziek en toespraken. Leo Fijen sprak zijn bewondering uit over de kracht van de gedichten. Hij vertelde dat hij al een gedicht had gebruikt van Anje bij de opening van een bijeenkomst van de Zonnebloem. ‘De teksten hebben voor veel mensen betekenis. Fantastisch als je in zo’n situatie ook met humor kunt spreken.
De gedichten geven troost en aan mij zelfs een beetje geluk. Ik vind ze mooi.’

Anje Maria de Sonneville : “Het was een geweldige avond, zoals ik hoopte dat het zou zijn.
We hadden familie, vrienden en bekenden uitgenodigd. Maar zij hebben ook weer vrienden meegenomen. Het heeft hier in de krant gestaan en er zijn dus ook belangstellenden gekomen die we niet persoonlijk kennen, maar die welkom zijn. En dat Leo Fijen wilde komen maakte het voor ons heel speciaal.”

De houding van de omgeving beïnvloedt ook een individu.

Veel complimenten over je mooie gedichten.
Wat doet dat met je?

“Natuurlijk geeft dat me diepe voldoening! Het is bijzonder om te ervaren dat eenzame arbeid een waardevolle schakel kan worden in een gemeenschap. De keuze van de enkeling heeft gevolgen voor de mensen om hen heen. Maar de houding van de omgeving beïnvloedt ook het individu. Ik had na de diagnose de gordijnen dicht kunnen doen en de dekens over mijn hoofd kunnen trekken. Dan was deze avond er niet geweest. Maar zonder de bemoediging en gebeden en praktische hulp van de mensen om ons heen hadden wij het ook nooit gered. Het is een wisselwerking over en weer. Ik ben dankbaar voor de mensen die draden van liefde en licht zijn in het vangnet dat ons draagt. En het geheel is meer dan de som van de delen. Waar liefde woont, is God. Dan is er een begaanbare weg dwars door het lijden heen.”

Ik kreeg brieven van onbekenden, zelfs uit andere werelddelen.

Je eerste dichtbundel was heel snel uitverkocht en deze lijkt dezelfde kant op te gaan.
Je gedichten worden niet alleen door ALS patiënten gelezen. Ze geven troost aan heel veel mensen. Is dat ook je opzet? “Mijn eerste dichtbundel gaat over het verwerken van de diagnose ALS en was vooral bedoeld om de mensen om ons heen te bedanken. Ik was verwonderd dat ik brieven van onbekenden kreeg, zelfs uit andere werelddelen, van geëmigreerde Nederlanders die het boekje toegestuurd hadden gekregen van familie.

Als mensen lezen over mijn beperkingen, worden zij meer bewust van hun eigen mogelijkheden

De tweede dichtbundel is ontstaan in rustiger vaarwater; ik had meer tijd dan de meeste ALS patiënten om mijn koers te bepalen. Ik ben nu ruim vijf jaar ziek. Ik heb gedichten gemaakt die ik zelf zou willen lezen als ik ALS zou hebben. Het is mijn bedoeling om ervaringen, maar ook de troost en bemoediging die wij hebben ontvangen, te delen met wie daar iets aan heeft. Niet iedereen weet woorden voor wat hij doormaakt. Ik ben wijkverpleegkundige en docent/begeleider geweest en in mijn hart ben ik dat nog steeds, al ben ik lichamelijk nu volkomen afhankelijk van anderen. Gezonde mensen zeggen soms dat ze zich bij het lezen over mijn beperkingen meer bewust worden van hun eigen mogelijkheden: gewoon op de fiets kunnen springen, bijvoorbeeld. Een collega zei: ‘we zijn allemaal eigenlijk schapen met drie poten. Ik kan niet dichten, maar jou wel duwen.’”

“Een derde bundel? Ik hoop het wel! Ik heb het schrijven nodig om ruimte te houden tussen mijzelf en deze ziekte. De uitgever en Wiske Uyterlinde, mijn vriendin en hulp bij het schrijven, hebben hun medewerking al toegezegd. Een van de kinderen zei: ‘op naar deel zestien!’ Tja.

Anje

Anja is mijn roepnaam. Zo heet ik in het dagelijks leven. Anje Maria is mijn doopnaam. Anje naar de moeder van mijn vader, en Maria omdat ik ben geboren op Paasmorgen. Mooier kan het niet!

Ik zou zo graag…
Zo graag zou ik jouw lieve gezicht weer strelen
en met een vinger langs je wenkbrauw gaan,
mijn palmen aan jouw ruwe wangen schuren
en grapjes fluisteren heel dicht tegen je aan.
Ik zou mijn handen in de jouwe willen leggen.

De ziekte heeft met ons geen mededogen.
Mijn armen raken lam; ik kan straks niets meer zeggen.
Maar, schat, zo lang ik kan
liefkoos ik je met mijn ogen.

Alles is ijdelheid…
Ik was op een bijeenkomst met een stuk of wat bejaarden
die, gedistingeerd gekleed,
deden of ze niet verjaarden.

Een heer bekende wat besmuikt;
hij was gevallen op de vloer.
Waarom hij zich niet helpen liet?
‘Nou een rollator staat niet stoer’.

Een ander fronste: ‘Wat zei hij daar?’
‘Wat helpt u?’ vroeg ik voor de grap.
Toen kwam het hoge woord er uit:
‘Een hoortoestel staat niet zo knap’.

Foto Anje de Sonneville

‘Lees mij die ansichtkaart eens voor:
Ja, ik moet nodig aan een bril,
maar daar moet je aan toe zijn, hé?
Ik denk dat ik dat nog niet wil’.

Ik dacht aan alle attributen
die mijn kwaal accentueren.
Een dagje in mijn schoenen
zou die oudjes mores leren.