PAN 2

Achtergrond

Door wetenschappelijk onderzoek zijn we in de afgelopen 15 jaar zijn veel meer te weten gekomen over de oorzaken van ALS. Het belangrijkste nieuwe inzicht is dat ALS niet één ziekte is. Er zijn meerdere vormen van ALS en het verschilt per vorm wat er mis gaat in de zieke zenuwcellen. Daarom het lijkt het onwaarschijnlijk dat er één medicijn zal komen dat alle vormen van ALS kan genezen. Voor de verschillende vormen van ALS zullen ook verschillende behandelingen ontwikkeld moeten worden.

Dit betekent dat de behandeling per patiënt zal verschillen en specifiek gericht is op de kenmerken van de individuele patiënt (dit wordt ook wel precision medicine genoemd). Met de komst van mogelijkheden om DNA-afwijkingen te beïnvloeden zijn er steeds meer mogelijkheden voor precision medicine. De eerste succesverhalen bij neurologische ziekten zijn er al: spinraza bij SMA en inotersen bij TTR amyloïdosis. Ook bij ALS worden dergelijke DNA-gerichte behandelingen onderzocht. Recent heeft het farmaceutische bedrijf Biogen een persbericht naar buiten gebracht dat een vroege fase studie bij ALS gericht op het SOD1 gen positieve resultaten heeft laten zien. Daarnaast zien we dat patiënten met verschillende vormen van ALS ook anders kunnen reageren op medicijnen (bijvoorbeeld lithium). Het kunnen herkennen en onderscheiden van de verschillende vormen van ALS is daarom één van de belangrijkste stappen op weg naar een effectieve therapie.

Op basis van DNA-afwijkingen kunnen we inmiddels een aantal verschillende vormen van ALS herkennen (dit betreft ongeveer 15% van alle patiënten). Bij de meerderheid van patiënten kunnen we dus helaas nog onvoldoende onderscheid maken. Ook op basis van andere gegevens (MRI, bloedwaarden (biomarkers), voeding, vragenlijsten, neuropsychologische kenmerken) kunnen we verschillen vinden.

Doel PAN 2

Het doel van dit onderzoeksvoorstel is daarom om zoveel mogelijk gegevens van patiënten met ALS te verzamelen om zo verschillende vormen van ALS te kunnen identificeren. We willen ook dezelfde gegevens verzamelen van patiënten met PSMA en PLS. Op dit moment is het niet duidelijk of dit aparte ziektes zijn of toch vormen van ALS. Door dit beter te onderzoeken, hopen we eventueel effectieve behandelingen voor ALS ook aan deze patiënten te kunnen geven.

Doordat er veel verschillende vormen zijn, hebben we gegevens nodig van heel veel patiënten. We zijn met bovenstaande aanpak begonnen in 2006 in de Prospectieve ALS studie Nederland (PAN 1). Het is wereldwijd de grootste studie van zijn soort en heeft meerdere belangrijke resultaten opgeleverd, waaronder:

  1. We weten hierdoor dat 60% van het risico op ALS genetisch is en 40% door omgeving wordt bepaald;
  2. PAN was de basis voor Project MinE waardoor vele nieuwe genen zijn ontdekt (C9orf72, unc13a, NEK1, NIPA1, C21orf2, etc.);
  3. We hebben aangetoond dat meerdere blootstellingen zoals silica, roken en hoofdletsel het risico op ALS verhogen. Daarnaast hebben de gegevens uit de PAN-studie bijgedragen aan meer dan 200 wetenschappelijke publicaties.

Aanpak

In deze vervolgstudie PAN 2 wordt aan alle patiënten met ALS, PSMA en PLS in Nederland gevraagd deel te nemen aan een onderzoek naar de oorzaak en het beloop van deze ziekten. Ook verzamelen we via huisartsen gegevens van gezonde mensen om te vergelijken. Er wordt toestemming gevraagd voor het gebruik van medische gegevens (klinische karakteristieken en beloop). Daarnaast geven deelnemers bloed af en vullen vragenlijsten in. Uit het bloed kan DNA worden gehaald voor genetisch onderzoek. De vragenlijsten gaan onder andere over voeding, werk, roken, woonomgeving, medicijnen en ziektes die in de familie voorkomen. Met deze gegevens wordt onderzoek gedaan naar risicofactoren die mogelijk te maken hebben met ALS, zoals voeding en blootstelling aan schadelijke stoffen. Ook nemen de onderzoekers testen af over geheugen, taal en eventuele gedragsveranderingen. Daarnaast worden patiënten ook gevraagd of ze aan andere studies zouden willen deelnemen (bv. MRI of stofwisseling). Zo ontstaat een zeer rijke en gedetailleerde dataset waarmee we de oorzaken en verschillende vormen van ALS, PSMA en PLS hopen te vinden. Dat moet weer leiden tot gerichte behandelingen en leefstijladviezen (bijvoorbeeld ten aanzien voeding). De aanstaande lithium trial bij patiënten met afwijkingen in het unc13a gen en het hyper-calorisch dieet bij patiënten met een versnelde stofwisseling zijn concrete voorbeelden van hoe deze studie tot mogelijke behandelingen leidt.

Juist nu we weten dat er meerdere vormen van ALS zijn en hoe groot het belang is om onderscheid hiertussen te maken, is het voortzetten van de PAN-studie belangrijker dan ooit. Het vormt de levensader van het onderzoek in het ALS Centrum en levert cruciale informatie op weg naar effectieve behandelingen.

Looptijd
Januari 2020 - 2022 (2 jaar)
Begroting
€ 600.000,-