Stamcelonderzoek in Amerika

Juli 2015

Ruben van Helden (25), student biomedische wetenschappen, ging begin februari naar Amerika om onderzoek te doen naar ALS. Dat doet hij onder andere met een studiebeurs van Stichting ALS Nederland. Ruben is elke dag te vinden in het ‘Eggan Laboratory’ van de Harvard University in Boston. Hij kweekt en onderzoekt daar stamcellen. Via Skype sprak ik met Ruben over zijn onderzoek.

Waarom ging je naar Boston om onderzoek te doen naar ALS?

“Door mijn studie ben ik eigenlijk gefascineerd door stamcelonderzoek. Via via kwam ik uit bij het Eggan laboratorium, waar ze bezig zijn met stamcelonderzoek. Het ALS-lab in Boston groeit erg snel. Daarnaast zijn ze hier heel erg goed in het direct vertalen van onderzoek naar concrete oplossingen. Dat trok mij enorm aan. Daarnaast is Harvard natuurlijk een hele mooie universiteit om stage te lopen.”

Waarom doe je specifiek onderzoek naar ALS?

“Je hoort de laatste tijd eigenlijk heel veel over ALS, terwijl dat een ziekte is waar ik eigenlijk nog niet zo heel veel van wist. Ik ben heel erg geïnteresseerd in de werking van ons zenuwstelsel en het leek mij daarom een interessante uitdaging om mijn onderzoek op ALS te richten. Ik wilde zelf graag onderzoek naar stamcellen doen. Dat kan hier in Boston.”

Waar bestaat je onderzoek uit?

“Door motorneuronen te vergelijken van mensen met ALS met controle personen, zijn ze er achter gekomen dat de motorneuronen van mensen met ALS overgevoelig zijn en hierdoor teveel signalen genereren. Deze overgevoeligheid is slecht voor de cel waardoor deze sneller afsterft. Mijn onderzoek richt zich op de aanhechting van de motorneuron naar de spieren. Ik kijk waar het door komt dat ze overgevoelig zijn. Als ik dat te weten kom, ontrafel ik hopelijk een van de puzzelstukjes over ALS.”

Hoe lang blijf je nog in Amerika?

“Mijn onderzoek duurt in totaal acht maanden. In het begin was ik vooral bezig met het kweken van stamcellen. Het kost ongeveer anderhalve maand om genoeg stamcellen te kweken voor mijn onderzoek. Ergens in september verwacht ik resultaat te zien in mijn onderzoek en een conclusie te trekken. Ik kan nu al wel verschillen zien, maar ik heb nog niet genoeg data om mijn theorie te kunnen bewijzen.”